Werk stopt steeds minder vaak bij de uitgang van het kantoor. Dankzij smartphones, e-mail en berichtendiensten kan een werknemer op ieder moment van de dag worden bereikt. Wat technisch mogelijk is, dreigt daardoor vanzelfsprekend te worden.
Dat roept een fundamentele arbeidsrechtelijke vraag op: moet een werknemer buiten werktijd bereikbaar zijn voor zijn werkgever? In Frankrijk heeft de wetgever deze ontwikkeling al geruime tijd serieus genomen. Daar bestaat sinds 2017 het droit à la déconnexion, letterlijk het recht om de verbinding te verbreken. Grotere ondernemingen moeten afspraken maken over bereikbaarheid buiten werktijd en over de wijze waarop rust- en privétijd worden beschermd. Indien daarover geen overeenstemming wordt bereikt, moet de werkgever zelf beleid vaststellen.
Achter die regeling schuilt een eenvoudige gedachte: de mogelijkheid om iemand te bereiken, betekent nog niet dat die persoon ook beschikbaar behoort te zijn. Ook in Nederland staat het onderwerp op de agenda. In de Tweede Kamer is een initiatiefwetsvoorstel aanhangig gemaakt dat werkgevers en werknemers ertoe moet brengen afspraken te maken over bereikbaarheid buiten werktijd.
De gedachte daarachter is dat voortdurende bereikbaarheid kan bijdragen aan werkstress en burn-outklachten. Op werkgevers rust een zorgplicht. Bovendien verlangt het beginsel van goed werkgeverschap dat rekening wordt gehouden met de gerechtvaardigde belangen van werknemers, waaronder rust en herstel. Technologische vooruitgang heeft het evenwel mogelijk gemaakt om altijd en overal te werken. Dat biedt voordelen. Tegelijkertijd vervagen grenzen die vroeger vanzelfsprekend waren. Het onderscheid tussen arbeidstijd en privétijd wordt steeds minder zichtbaar.
De vraag is uiteindelijk niet of een werknemer bereikbaar kan zijn. Dat staat vast. De vraag is of van hem mag worden verwacht dat hij bereikbaar is. De gedachte dat een werknemer steeds bereikbaar zou moeten zijn omdat de techniek dat mogelijk maakt, is juridisch onbevredigend en maatschappelijk onwenselijk. Niet alles wat mogelijk is, behoort de norm te worden. Een werknemer stelt zijn arbeidskracht ter beschikking. Niet zijn volledige beschikbaarheid.