De toezegging die geld kost

Terug naar overzicht

Soms lijkt het eenvoudig. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt af. Geenverlenging, geen probleem. Het contract eindigt van rechtswege en daarmee lijkt dezaak gesloten. Maar zo ligt het niet wanneer daar andere woorden aan voorafgaan.

Dat blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2025:3946). Tijdens een voortgangsgesprek wordt tegen de werknemer gezegd: “ik ben positief inzin van verlenging” en zelfs:“blijf alsjeblieft.” Die woorden beantwoorden de vraagdie er werkelijk toe doet: ga ik door? Kort daarna volgt het tegenovergestelde bericht: geen verlenging.

De rechter kijkt dan niet naar het formele einde, maar naar wat eraan voorafging.
De vraag is eenvoudig en beslissend: wat mocht de werknemer uit deze woorden begrijpen?

In deze zaak: dat zijn arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet. Daarmee verschuift het juridisch kader. Het niet verlengen is toegestaan, maar het eerst wekken van een duidelijke verwachting en daarvan zonder toereikende grond afwijken niet.

De kantonrechter kwalificeert dit als ernstig verwijtbaar handelen. Dat leidt tot een billijke vergoeding. Geen hoog bedrag: de rechter matigt en halveert, mede vanwege het eigen handelen van de werknemer, die het gesprek heimelijk had opgenomen.

De betekenis van de uitspraak ligt daar niet.
De kern is dat een tijdelijk contract niet losstaat van wat partijen daarover zeggen.
Het contract liep af.
De toezegging niet.

Bekijk ook eens:

Advies nodig?

Kötter Advocatuur helpt u verder

Heeft u vragen op het gebied van arbeidsrecht, ambtenarenrecht of ondernemingsrecht, neem dan gerust contact met ons op of maak gebruik van de button.