Veel mensen denken dat een arbeidsovereenkomst vanzelf eindigt zodra een
werknemer de AOW‑leeftijd bereikt. Dat lijkt logisch, maar juridisch is dat anders. De
wet bepaalt namelijk niet dat een arbeidsovereenkomst op die datum automatisch
stopt. Er bestaat dus geen algemene wettelijke regel die het dienstverband beëindigt
op de AOW‑leeftijd.
In de praktijk eindigen veel arbeidsovereenkomsten toch automatisch. Dat komt
doordat in een aanzienlijk aantal contracten en CAO’s een pensioenontslagbeding is
opgenomen. Daarin staat dat het dienstverband van rechtswege eindigt zodra de
werknemer de AOW‑leeftijd bereikt. Als zo’n bepaling is overeengekomen en
ondertekend, eindigt het dienstverband zonder verdere handeling van werkgever of
werknemer.
Ontbreekt zo’n bepaling, dan loopt de arbeidsovereenkomst na de AOW‑leeftijd
gewoon door. De werkgever moet dan actief opzeggen en daarbij geldt een
opzegtermijn van één maand. Voor deze opzegging is geen toestemming van het
UWV of de rechter nodig, maar de beëindiging treedt niet automatisch in.
Als werkgever en werknemer willen doorgaan, kan de bestaande
arbeidsovereenkomst worden voortgezet of kan een nieuwe arbeidsovereenkomst
worden gesloten. Voor werknemers die de AOW‑leeftijd hebben bereikt geldt een
verruimde ketenregeling: maximaal zes tijdelijke contracten in een periode van vier
jaar. Daarbij geldt een belangrijke precisering: alleen de arbeidsovereenkomsten die
zijn aangegaan nadat de AOW‑gerechtigde leeftijd is bereikt, tellen mee voor deze
keten. Eerdere contracten spelen dus geen rol meer. Dit geeft partijen meer ruimte
en flexibiliteit.
De kern is eenvoudig: het automatische einde hangt niet af van de wet, maar van wat
er in de arbeidsovereenkomst of de CAO is afgesproken. De beslissende vraag blijft
daarom of er een pensioenontslagbeding is overeengekomen.